Op deze website vindt u toegankelijke en feitelijke informatie over de Europese Unie (EU), haar instellingen en de manier waarop besluiten op EU-niveau tot stand komen. Stap voor stap wordt uitgelegd hoe de EU is ontstaan, welke landen deelnemen en hoe het dagelijkse werk in de EU is georganiseerd.
Alle informatie wordt gegeven met een neutrale visie. U kunt hier de belangrijkste begrippen, processen en historische ontwikkelingen rond de EU nalezen.
Wat wordt er precies bedoeld met de Europese Unie en hoe steekt dit samenwerkingsverband in elkaar? Als u zich in de EU wilt verdiepen, is het handig om eerst te weten wat voor soort organisatie het is en welke doelen zij zichzelf heeft gesteld. Hieronder vindt u een algemeen overzicht.
De Europese Unie is een politiek en economisch samenwerkingsverband van een groep Europese landen. Die landen, de lidstaten, hebben in verdragen vastgelegd op welke terreinen zij gezamenlijk beleid maken en welke bevoegdheden zij delen of aan de EU hebben overgedragen. Binnen die afgesproken kaders gelden gemeenschappelijke regels waar alle lidstaten zich aan moeten houden.
De EU houdt zich onder meer bezig met het bevorderen van economische samenwerking, het functioneren van een interne markt, samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken en het innemen van gemeenschappelijke standpunten in internationale kwesties.
Op bepaalde terreinen, zoals handel en mededingingsbeleid, stelt de EU bindende regels vast die in alle lidstaten van toepassing zijn.
De Europese Unie neemt een bijzondere plaats in tussen internationale organisaties. De lidstaten blijven soevereine staten, maar hebben er in de loop der tijd voor gekozen bepaalde bevoegdheden gezamenlijk uit te oefenen.
Daardoor is er zowel sprake van samenwerking tussen regeringen (intergouvernementeel) als van besluiten die op EU-niveau worden genomen en voor alle lidstaten gelden (supranationaal).
In dit onderdeel gaat het om de landen die lid zijn van de EU, hoe zij lid kunnen worden en welke rechten en verplichtingen met het lidmaatschap samenhangen. Zo wordt duidelijk welke landen deelnemen aan de samenwerking en op welke basis dat gebeurt.
De Europese Unie bestaat op dit moment uit 27 lidstaten. Het gaat om:
Oostenrijk, België, Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Slovenië, Spanje en Zweden.
Een land dat lid wil worden van de EU, doorloopt een officieel toetredingsproces. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de werking van de democratie, de rechtsstaat, de bescherming van mensenrechten en de manier waarop de economie is ingericht.
In verschillende onderhandelingen wordt beoordeeld of het kandidaat-lid de regels, verplichtingen en de beleidsdoelen van de EU kan overnemen en uitvoeren.
Lidstaten nemen deel aan de besluitvorming in de EU-instellingen en zijn gebonden aan de afspraken die in de verdragen en in EU-wetgeving zijn vastgelegd. Daar staat tegenover dat zij toegang hebben tot de interne markt en kunnen meedoen aan gezamenlijke programma’s en beleidsterreinen. De rechten en plichten hangen dus nauw met elkaar samen.
De Europese samenwerking kwam na de Tweede Wereldoorlog tot stand, maar hoe ging dat precies in zijn werking? In grote lijnen wordt geschetst hoe de EU is begonnen en via verschillende stappen is uitgegroeid tot de huidige Europese Unie. Zo ontstaat een chronologisch overzicht van belangrijke momenten en verdragen.
Na de Tweede Wereldoorlog werden verschillende initiatieven opgezet om nauwer samen te werken, met als doel economische stabiliteit en het voorkomen van nieuwe gewapende conflicten. In 1951 werd de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal opgericht. Een aantal Europese landen bracht hun kolen- en staalindustrie onder gezamenlijk toezicht en maakte daar gemeenschappelijke afspraken over.
In 1957 volgden de Verdragen van Rome, waarmee de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en Euratom tot stand kwamen. Deze Europese Gemeenschappen breidden hun activiteiten in de daaropvolgende decennia uit naar nieuwe beleidsterreinen en namen geleidelijk meer lidstaten op. De samenwerking veranderde zo stap voor stap van beperkte sectorale samenwerking naar bredere integratie.
Latere verdragen (zoals de Europese Akte en de verdragen van Maastricht, Amsterdam, Nice en Lissabon) hebben de samenwerking verder uitgediept en de instellingen aangepast. In die verdragen zijn onder meer de Europese Unie als overkoepelende structuur vastgelegd, de rol van het Europees Parlement versterkt en de verdeling van bevoegdheden tussen EU en lidstaten verduidelijkt.
In dit onderdeel ligt de nadruk op de manier waarop de EU in de loop van de tijd is veranderd. Niet alleen het aantal lidstaten nam toe, ook de inhoud van het beleid en de organisatie van de instellingen is stap voor stap aangepast.
De Europese samenwerking begon met zes landen en groeide via verschillende uitbreidingsrondes uit tot 27 lidstaten. Nieuwe lidstaten kwamen in de loop van de tijd onder meer uit Noord-, Zuid-, Centraal- en Oost-Europa. Door deze uitbreidingen veranderden zowel de omvang als de interne verhoudingen binnen de Unie.
Naast uitbreiding in de breedte is de samenwerking inhoudelijk verdiept. Beleidsterreinen die aanvankelijk vooral nationaal waren, zoals delen van het justitie- en veiligheidsbeleid, zijn in bepaalde opzichten onder gezamenlijke Europese afspraken gebracht. In de verdragen is vastgelegd welke taken uitsluitend door de EU worden uitgeoefend, welke bevoegdheden gedeeld zijn en welke bij de lidstaten blijven.
In deze sectie worden de belangrijkste instellingen van de EU kort voorgesteld. Daarbij wordt aangegeven welke taken zij hebben en hoe zij met elkaar samenwerken in het besluitvormingsproces.
De Europese Raad bestaat uit de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten en bepaalt de algemene politieke richting en prioriteiten van de EU. De Raad van de Europese Unie (vaak kortweg ‘de Raad’ genoemd) brengt nationale ministers uit de lidstaten bij elkaar. Samen met het Europees Parlement besluit de Raad over veel voorstellen voor EU-wetgeving.
Het Europees Parlement vertegenwoordigt de burgers van de w. De leden van het Parlement worden rechtstreeks gekozen in verkiezingen die om de vijf jaar plaatsvinden. Het Parlement bespreekt en wijzigt wetsvoorstellen en beslist samen met de Raad van de EU over de begroting van de Unie en over grote delen van de wetgeving.
De Europese Commissie vervult in veel opzichten de rol van ‘dagelijks bestuur’ van de EU. Zij heeft in de meeste gevallen het alleenrecht om nieuwe wetgevingsvoorstellen te doen, ziet erop toe dat Europese regels in de lidstaten worden nageleefd en beheert een groot deel van de begroting en de programma’s.
Naast deze instellingen spelen ook andere organen een rol. Het Hof van Justitie van de Europese Unie ziet toe op de juiste toepassing en uitleg van het EU-recht. De Europese Centrale Bank is verantwoordelijk voor het monetair beleid in de eurozone. De Europese Rekenkamer controleert hoe de EU-middelen worden besteed. Daarnaast zijn er verschillende agentschappen en adviesorganen die op specifieke terreinen actief zijn.
Hoe komen de EU-regels tot stand? Het is heel belangrijk dat er regels worden gemaakt op Europees niveau, maar hoe komen deze werkt deze besluitvorming? Veel van de eerdergenoemde Instellingen van de EU mogen meebeslissen, hieronder vind u de rollen bij de besluitvorming.
Voor veel beleidsterreinen geldt de zogenoemde gewone wetgevingsprocedure. Daarbij stelt de Europese Commissie een wetsvoorstel op, waarna het Europees Parlement en de Raad van de EU het voorstel bespreken, eventueel wijzigen en uiteindelijk aannemen of verwerpen. Beide instellingen spelen in deze procedure een beslissende rol.
De Commissie onderzoekt op welke terreinen nieuwe of aangepaste regelgeving nodig kan zijn. Zij kan hiervoor analyses uitvoeren en belanghebbenden raadplegen. Op basis daarvan wordt een formeel voorstel opgesteld, dat vervolgens bij het Parlement en de Raad wordt ingediend en openbaar wordt gemaakt.
Het Europees Parlement en de Raad van de EU beoordelen de voorstellen van de Commissie, dienen amendementen in en onderhandelen hierover. Als zij het eens worden, kan dat resulteren in de vaststelling van bindende verordeningen, richtlijnen of besluiten. Welke rechtsvorm wordt gekozen, hangt af van het onderwerp en de afspraken in de verdragen.
Na de aanneming van EU-wetgeving zijn de lidstaten doorgaans verantwoordelijk voor de uitvoering, bijvoorbeeld door nationale wetten aan te passen of nieuwe regels in te voeren. De Europese Commissie houdt in de gaten of de afgesproken regels goed worden toegepast. Wanneer een lidstaat zijn verplichtingen niet nakomt, kan de Commissie een procedure starten bij het Hof van Justitie.
Copyright © 2026, ikstemdezekeer.eu. Alle rechten voorbehouden.